Englandspiel - Pieter Cornelis Boogaart (1912-1944)

Op 31 augustus 1931 nam Pieter Cornelis dienst bij de Koninklijke Marine. Hij werd op 1 november 1933 bevorderd tot matroos eerste klas en vlak na zijn huwelijk in 1938 werd hij kwartiermeester. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog bevond hij zich op de H.M. mijnenveger 'Van Meerlant'. De bemanning en het schip weken na het uitbreken van de oorlog naar Engeland uit. Zijn vrouw, Johanna Adriana Millenaar, bleef achter in Souburg waar zij toen woonden. In maart 1941 volgde overplaatsing naar de H.M. 'Isašc Sweers'. Dit was een uiterst moderne jager. Op deze jager maakte Pieter de succesrijke activiteiten tegen de Italiaanse vloot in de Middellandse Zee mee. Op 30 augustus 1942 werd hij onderscheiden met de bronzen eremedaille van de Orde van Oranje Nassau. De laatste bevordering op 1 oktober 1943 tot bootsman heeft hij waarschijnlijk niet meer vernomen. Hij bevond zich toen al in gevangenschap.
In 1942 was hij in dienst getreden bij de S.O.E. (Special Operations Executive), na een opleiding daartoe te hebben ontvangen. Als geheim agent werden op 9 maart 1943 drie 'Pieten' (Pieter Arnoldus Arendse, Pieter Cornelis Boogaart, Pieter Dourlein) boven ons land gedropt bij Ermelo in Gelderland. waar zij direct door de Duitsers werden gearresteerd en naar Haaren (Noord Brabant) werden overgebracht. Zij werden ondergebracht in het voormalige groot seminarie dat daarvoor speciaal was ingericht als gevangenis. Hiermede was voor Pieter en zijn collegae een periode aangebroken die een ware nachtmerrie voor hen moet zijn geweest.
Op 29 augustus 1943 wist Pieter Dourlein (samen met Ben Ubbink) uit Haaren te ontsnappen en via Zwitserland en Spanje te ontkomen naar Engeland. Via het 'Rawitsch' (SileziŽ) kwam voor Arendse + Boogaart het einde in Mauthausen (Oostenrijk), waar zij werden geŽxecuteerd. Groot moet ook de spanning voor Johanna zijn geweest. Zij bleef alleen achter. Zij ontving in 1945 een door Generaal Eisenhower getekend certificaat wegens zijn moedig gedrag; alsmede een brief gedateerd 15 februari 1946 met een dankbetuiging van deelneming van Koningin Wilhelmina. Postuum werd hem op 21 mei 1949 toegekend het 'oorlogsherinneringkruis met gespen Krijg te Land 1940 - 1945 en Nederland 1940'. Tevens bij Koninklijk Besluit (1953) wegens zijn moedig optreden tegenover de vijand het 'Bronzen Kruis'.